ArticlesInterviews

VAN UNDERGROUND NAAR MAINSTREAM: STREET ART KUNSTENAAR ROSALIE DE GRAAF IS BOOMING

By 12 september 2020 juni 15th, 2021 No Comments
Door Martine Jansen
Met de toenemende vraag naar straatkunst lijken street art kunstenaars de subcultuur te ontgroeien. Rosalie de Graaf (21) is zo’n street art kunstenaar die verandering brengt in een scene waar hiërarchie en machogedrag niet vreemd zijn.

‘Hello, I’m Roos. I’ve just arrived from the Netherlands. I’m an artist. And you?’ Het is februari 2019, de locatie: een galerie in Denpasar, Bali (Indonesië), de enthousiasteling: Rosalie de Graaf. De man in een met kunst bedrukte outfit kijkt verbaasd om. Het gebeurt niet vaak dat hij op deze manier wordt benaderd, maar hij gaat blij verrast het gesprek aan. Al snel hebben de twee het over koetjes, kalfjes, reizen en schilderijen maken.

De man is Rony Indo (50), een Frans-Indonesische prins en kunstenaar, Rosalie – Roos voor intimi – een dan nog relatief onbekende street artist uit het Hanzestadje Doesburg. Rony nodigt Roos uit bij hem thuis. Of ze wil meewerken aan zijn project Les Figurantes, een kunstexpositie voor het goede doel. Ze stemt toe. ‘Ik zou dat nu nooit meer doen,’ bekent ze later. Maar het is tekenend voor de onbevangen Roos, die sinds haar veertiende eigen werk maakt en inmiddels wereldwijd muren opluistert met haar kunst.

Doesburg

Doesburg, vier maanden later. Een benzinegeur vult de broeierige lucht. Tussen de Spotify-playlist nummers door klinkt het rollen van een ijzeren knikker in een metallic bus. Goudgele verfdeeltjes dansen op een zuchtje wind. Ruim zeven meter boven het terrein van de voormalige tramloods staat een jonge vrouw op een stellage. Gasmasker op haar gezicht. Haar rug toegekeerd naar toevallige voorbijgangers. Als een Bob Ross – de Amerikaanse schilder die paint by numbers tot een fenomeen maakte – deelt ze de muur op in vierkantjes met nummers. Elk nummer krijgt een eigen kleur.

In de verte verschijnt een houten tram, voortgetrokken door twee fjordenpaarden. Een veertigtal Chinezen, met witte sneakers en zwarte fotocamera’s, stapt uit. Ze aanschouwen het tafereel dat zich op de muur ontvouwt. Het geluid van ingedrukte en loslatende ontspanners verwoest het bijna meditatieve gesis van de ontsnappende verf uit de bus. Roos draait zich om en trakteert haar publiek op armbewegingen en een glimlach met haar ogen.

Zo vlug als zij haar bewonderaars begroet, draait ze zich ook weer om. Alsof er zich beneden haar geen mensenmassa aan het vormen is, spuit ze stoïcijns verder. Trefzeker, als een menselijke printer, vertaalt ze de vierkantjes en rondjes in haar hoofd naar een oog op de muur voor haar. Af en toe stopt ze om een ijsraketje aan te nemen van een van de campertoeristen die een plaatsje hebben veroverd op het aangrenzende parkeerterrein. Gratis entertainment in de buitenlucht.

Bali

De dag na hun gesprek in de galerie vertrekt Roos voor haar afspraak met Rony. Om kwart voor negen ’s morgens verlaat ze op haar gehuurde scooter het surfhostel en rijdt ze met Google Maps naar het opgegeven adres. Na ongeveer een kwartier rijden over modderige en dik-begroeide paden, komt ze aan bij een villa. Het complex zonder ramen stevent boven haar uit. De witte stenen steken af tegen het groen van de omringende bananenbomen.

De poort gaat open en daar staat Rony. ‘Kom verder,’ roept hij haar toe. Wat volgt is een stevige klim naar boven. Dwars door de jungle, langs een waterval en de omliggende rijstvelden, tot ze aankomen bij de ingang van de villa. Rony neemt haar mee naar een grote serre met glazen schuifdeuren op de onderste verdieping van het gebouw.

De ruimte staat vol met verfmateriaal. Verder is er niets of niemand aanwezig. In moeizaam Engels maar in rap tempo begint Rony te brainstormen. Over een VOC-thema en het koloniale verleden. De housemuziek gaat aan en het volgende moment staat Roos met Rony linnen doeken op te spannen en maken ze elkaars schilderijen af. Tot diep in de avond.

RoosArt

In december 2019 ontvangt Roos de prijs voor ‘Beste Jonge Ondernemer van 2019’. Een prijs die de voetballer Frenkie de Jong een paar jaar eerder won. Sindsdien geeft Roos workshops, verschijnt ze regelmatig in de media en loopt haar mailbox over van de verzoeken. ‘In het begin nam ik alles nog aan. Nu staan klanten op een wachtlijst en zijn ze pas na twee maanden aan de beurt,’ vertelt ze.

Haar opdrachtengevers? Die variëren van ouders met babykamers en middelgrote gemeenten die willen verhippen tot organisatoren van internationale festivals, curatoren van nationale musea… en dus een prins. Haar portfolio varieert van afbeeldingen van zoenende wereldleiders tot beroemdheden, anonieme portretten en alledaagse taferelen. Fotorealistisch. Soms alleen esthetisch, meestal geëngageerd.

Alles wat ze doet heeft ze zichzelf aangeleerd via YouTube. ‘Op internet is alles te vinden,’ licht Roos toe. ‘Het negen meter hoge kunstwerk van het spelende jongetje op de muur van de oude tramloods kostte me drie dagen, een portret van bijvoorbeeld Marilyn Monroe doe ik in iets meer dan drie uur.’ Ooit studeerde ze Geneeskunde in Nijmegen. Nu is ze RoosArt.

Donderdag 18 juni 2020, 8.49 uur. Roos scrolt met haar vinger over haar Samsung Galaxy S10. Nog een laatste mailcheck. Om 9.00 uur staat de eerste afspraak gepland. ‘Het is maar vijf minuutjes rijden hier vandaan, dat komt wel goed,’ kijkt ze lachend op van haar telefoon. ‘Hier’ is het Ondernemershuis Hanzegilde in Doesburg: een pijpenla met ramen aan de voor en achterzijde, oranje muren en een eikenhouten vloer. Her en der verspreid door de ruimte zit een zzp-er te tikken aan een houten tafel. Driftig.

‘Het liefst laat ik mijn telefoon de hele dag links liggen,’ bekent Roos. ‘Sinds mijn achttiende heb ik niets meer met sociale media.’ Je vindt haar terug op Facebook, Insta, YouTube en haar eigen site, maar dat is allemaal zakelijk. ‘Social media is handig om inspiratie op te doen, maar ik kijk er liever niet naar. Vandaar dat ik ook laat reageer op appjes en mails. Ik ga liever sporten of wandelen. Dan komen de ideeën vanzelf.’

Spiritueel

De oorspronkelijke kleur wit van de Peugeot Partner die achter het Ondernemershuis staat is hier en daar nog zichtbaar. Het grootste deel van de bedrijfswagen is bedekt met een compositie van kleuren. Antracietgrijs afgewisseld met roze, blauw, tropisch geel en verschillende tinten oranje komen je van alle kanten tegemoet. Op de achterkant prijkt een bijna levensecht portret van Roos in actie.

In de auto ruikt het naar ammoniak en zijn de witte vlekken van de poedershakes zichtbaar op de ooit zwarte bekleding. Op het dashboard ligt het geelzwarte boek Psychologie voor Dummies en een boek over spiritueel ontwaken. Gewapend in een denimkleurige bloes met een mosterdgeel jasje, een zwarte broek en witte Adidas gympies, draait Roos de weg op.

Rony Indo – naar eigen zeggen geboren op Mars, getogen op Aarde – is spiritueel aangelegd en gelooft in geesten. Wanneer Roos tijdens haar verblijf in zijn villa op Bali wordt lek geprikt door de muggen, geeft hij haar de raad om ‘prik me niet’ als een mantra te blijven herhalen. Het mag niet baten. Als ze op een middag naar de stad rijden voor wat street food, valt plotseling de motor uit van de scooter waarop ze zitten. ‘De motor was niet meer aan de praat te krijgen,’ aldus Roos. ‘Daar stonden we dan, midden in de jungle. Geen ander mens in zicht. Volgens Rony was er “een geest die een sigaret wilde”. Ik vond de opmerking op zijn zachts gezegd bijzonder, maar was niet ongerust ofzo. Rony stapte van de scooter en legde een sigaret op het junglepad. Uit het niets begon de motor weer te lopen. Sindsdien heb ik een andere kijk op spiritualiteit en de geestenwereld.’

Een half jaar later, in november 2019, overlijdt de moeder van Roos aan een hartinfarct. Volledig onverwachts. Ze was 49 jaar. Roos is vier weken ervoor een samenwerking aangegaan met een begrafenisondernemer in Nijmegen. ‘Mijn eerste ontwerp voor een grafkist, een feniks van bloembladeren, herrijzend uit de as, prijkte nu tijdens mijn moeders uitvaart op de kist. Ergens geloof ik dat dingen gaan zoals ze gaan om een reden.’

Familie is nu nog belangrijker voor haar dan het al was. De vrije tijd die ze heeft in coronatijd, brengt ze veelal door met haar vader, broertje en vriend. Ook op zakelijk vlak vertrouwt ze op haar naasten. ‘Voor onderhandelingen met grote bedrijven gaat steevast mijn vader mee en voeren we, strak in het pak, een uitgekiend toneelstukje op,’ lacht ze. Roos is minstens twee keer professioneel bedonderd: littekens op haar nog jonge ziel.

De scene

Als vrouw moet je stevig in je schoenen staan, wil je succes hebben als street artist. Binnen de scene heerst een hiërarchie en machocultuur – redenen waarom er relatief weinig vrouwelijke graffitischrijvers of street art kunstenaars rondlopen. ‘Voor een festival met honderd kunstenaars worden misschien twee of drie vrouwelijke kunstenaars gevraagd,’ legt Roos uit. ‘Ik wachtte niet op een uitnodiging, maar nam zelf contact op met een street art festival in Roosendaal.’ Daar maakte ze een levensechte schildering van Marlon Brando als de Godfather en kreeg respect.

‘Steeds meer mannelijke collega’s vinden het leuk dat er een succesvolle vrouwelijke street art kunstenaar meedoet. En als ze het werk waarderen, accepteren ze je ook,’ ervaart Roos. Mede daardoor zit ze nu middenin het wereldje. Ze krijgt de ene uitnodiging na de andere om met kunstenaars dingen te maken tijdens straatkunst en graffiti jams. ‘Hoe dat gaat, zo’n project? Je praat wat met elkaar, lekker muziekje erbij. Iedereen heeft een andere werkstijl en dat levert interessante combinaties op. Daarbij leer je van elkaar en vergroot het je netwerk.’

Maar het is niet alleen maar pais en vree. Een harde kern verzet zich tegen de vercommercialisering van street art. Hier werd ook Roos slachtoffer van. Een zelfverklaarde king – een graffitischrijver met aanzien vanwege zijn geleverde prestaties, kennis en contacten – vertelde Roos op niet mis te verstane wijze dat ze onderaan de ladder staat en niets te zoeken heeft in de scene. ‘Een hele vervelende ervaring waar ik liever niet meer bij stilsta,’ zegt Roos.

Intuïtie

In de weken die Roos op Bali doorbrengt, wisselt ze het maken van kunstwerken af met hier en daar een surfles. In de tuin van Rony krioelt het ondertussen dagelijks van de fotografen, filmmakers en Russische modellen. Allemaal hopen ze zichzelf in de kijker te spelen. Rony promoot vooral Roos in zijn netwerk van kunstenaars en multimiljonairs. Ze sluit aan bij etentjes van de Indonesische high-society, bezoekt nachtclubs met valet parking en geniet van alles wat op haar pad komt.

Haar intuïtie wat betreft Rony blijkt te kloppen. Hij is een hippe ladiesman en praatjesmaker, maar ook een heer. Boven alles maken ze voornamelijk kunst. ‘We gingen samen stappen, maar er speelde tussen ons verder niets. Hij heeft ook nooit wat geprobeerd,’ benadrukt Roos. ‘Hij is de meest sociale en inspirerende man die ik ooit heb ontmoet.’ Roos produceert die week tien stukken.

Op de laatste dag van haar verblijf op Bali legt ze nog even snel de laatste hand aan de schilderijen die ze samen met Rony heeft gemaakt. Om 14.00 uur gaan de kwasten neer. ‘Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo blij en onschuldig is,’ zegt Rony bij hun afscheid. ‘Houd dat vast.’ Een beetje weemoedig verlaat Roos de witte villa in de jungle.

Later die maand zal de MÉTIS kunstgalerie in Denpasar de stukken exposeren en veilen. Roos kan er zelf niet bij zijn, maar de veiling is een succes. Het hoofd van de school waar het geld naartoe gaat bedankt Roos hoogstpersoonlijk. Het buitenland lonkt.

In Azië is street art in opkomst en Roos heeft inmiddels in Thailand, Indonesië en Maleisië een spoor van schilderijen achter zich gelaten. In Penang, Maleisië – een dorpje waar je door de hele stad straatkunst kunt vinden op straatkunstinstallaties en huizen – wordt een keer per jaar een straatkunstfestival gehouden. Slechts één artiest per land mag deelnemen. Dit jaar is dat Roos, maar door corona gaat het niet door.

Op weg

24 juni 2020. In de kinderkamer van een eengezinswoning in een nieuwbouwwijk in Brummen staan twee tripods met Lumixamera’s opgesteld voor en babyblauwe muur. Drie jonge filmakers maken een promotiefilmpje voor het kunstinitiatief Concordia. Het echtpaar dat hun dochter wil verrassen met een ‘echte Rosalie’ op de muur, draalt opgewonden door de toch al niet grote slaapkamer. Een klein openstaand raampje probeert de verflucht te verdrijven. De draagbare airconditioning neemt de warmte voor zijn rekening.

Op de grond staan twaalf verschillende kleuren groen, variërend van mos tot limoen, in een rijtje naast elkaar opgesteld. Op de vensterbank staan een fles Crystal Clear Citroen en een pak proteïnerepen naast een grote hersluitbare diepvrieszak met caps – spuitbustuitjes – in verschillende formaten.

Eigenlijk doet ze niet meer van dit soort kleinere projecten. De man is een bekende van Roos en het is een vriendendienst. Volgende week gaat ze weer naar Barcelona, grotere werken maken. ‘Dat is gewoon geweldig. De hele dag op een steiger staan. Er aan het einde van de dag afklimmen en denken: wow, het klopt. Van dichtbij zie je dat niet.’

De telefoon gaat. Roos zet ‘m op de speaker. Op de achtergrond zijn de drie jonge filmmakers bezig met een screentest. Leon Keer aan de lijn – een van ’s werelds meest toonaangevende 3D-straatkunstkunstenaar en mede-initiatiefnemer van het World Street Painting Festival. Dit jaar vindt het festival plaats in Den Helder. Of Roos interesse heeft om aan te sluiten. Drie dagen, hotel en versnaperingen vergoed. Uiteraard. ‘Je kunt je onsterfelijk maken,’ aldus Keer. ‘Wat is je dagtarief?’ Met een triomfantelijke blik zegt Rosalie: ‘250 euro’.  ‘Oh,’ klinkt het vanaf de andere kant, ‘dat kunnen we makkelijk verdubbelen.’